Begraven - Mergel.nU

Go to content

Main menu:

Begraven

Thema's > Begraven


Begraven; vroeger en nu

Bezoeklocaties:
H.H. Nicolaas en Barbarakerk, Joodse Begraafplaats op de flanken van de kasteelruïne, Romeinse Katakomben van Valkenburg, Algemene Begraafplaats Cauberg en het Wallenplantsoen.
Voor meer info over het Religieus Erfgoed in Valkenburg a/d Geul: www.heiligehuizenvalkenburg.nl

Klik hier voor wandelroute Begraven; vroeger en nu.

Begraven in Valkenburg
Begraven is een ritueel dat al bestaat sinds mensenheugenis. Vanaf de Middeleeuwen werd een overleden persoon veelal rondom of in de kerk begraven. Dat was ook in- en om de Middeleeuwse HH. Nicolaas en Barbarakerk te Valkenburg het geval. Mensen met een ander dan het R.K. geloof werden buiten de vestingstad Valkenburg begraven, langs de stadswal van het kasteel. Doordat op een gegeven moment de kerk en de ruimte daaromheen overvol raakte en de sociale hygiëne een belangrijke rol kreeg, verplaatste men in 1837 de begraafplaats naar de mergelhelling aan de Cauberg. Hierin werden grafmuren uitgehouwen waarin de lijkkisten worden geplaatst.

Valkenburg heeft de oudste, nog bestaande wandgraven van Nederland. In landen als Spanje en Italië kom je dit vaak tegen. Zeer bijzonder zijn ook de grafkapellen gebouwd met mergel, met grafkelders uitgegraven in de mergelwand, waarvan één naar ontwerp van architect dr. P. Cuypers.

Romeinse Katakomben in Valkenburg
Een bezoek aan deze zeer nauwgezette reconstructie van de 14 belangrijkste en mooiste catacomben te Rome is een belevenis.

Route: Begraven; Boven- en Ondergronds
Een wandeling in Valkenburg leidt langs de geschiedenis van begraven en cremeren. Een bezoek aan de monumentale Romeinse Katakomben is een onderdeel van deze route.

Historie begraven en cremeren
Begraven is een ritueel dat al bestaat sinds mensenheugenis. Vroeger werden mensen anders begraven dan nu. Graven zijn belangrijke informatiebronnen voor archeologen, historici, genealogen en vele anderen. In de prehistorie en ook wel in de vroege Middeleeuwen gaf men een overleden persoon vaak een aantal voorwerpen mee voor de reis naar het hiernamaals. Hoe omvangrijker en mooier de grafgiften waren, deste meer aanzien de dode genoot.

Cultuur & Religie
Als een overledene tijdens zijn/haar leven een bepaalde godsdienstige- of levensovertuiging volgde, komt dit vaak terug in een uitvaart. Dit geeft de nabestaanden een houvast. Het is geen medicijn, maar wel een houvast bij het verwerkingsproces. Bij Joden, moslims en Hindoes komen uitgebreide rituelen aan bod, die alle volgens een vast voorschrift dienen te worden uitgevoerd. Ook veel christenen kiezen vaak voor een rituele uitvaart, ondanks dat voor velen van hen het geloof een minder sterke rol speelt in het dagelijkse leven.

Cultuur
In veel culturen wordt nog gebruik gemaakt van oude rituelen tijdens de uitvaart. Bij een Chinese begrafenis wordt het stoffelijk overschot vaak in de heuvels of bergen begraven. Binnen de moslimcultuur wordt een overledene liggend op de rechterzijde begraven, met het hoofd in de qibla (gebedsrichting).

Neanderthalers 24.500 jaar geleden
Veel overblijfselen van Neanderthalers zijn in grotten gevonden. Deze grotten boden beschutting tegen de kou in de ijstijd en tegen dieren. In 1992 kwam bij de aanleg van een weg het skelet tevoorschijn van een vierjarig kind dat in het Portugese Lapedodal begraven was, zo’n 24.500 jaar geleden. De doodsoorzaak is inmiddels niet meer vast te stellen, maar het lijkje was met zorg neergelegd. Het had kettingen van zeeschelpen meegekregen en er was veelvuldig met rode oker gestrooid.

 

Begraven in een piramide
In Egypte bouwden mensen van 4500 tot 3500 jaar voor Christus piramides. In deze driehoekige bouwwerken werden de Egyptische koningen begraven. Piramides zijn gebouwd met grote zware stenen. Eén steen weegt tussen de 2500 en 5000 kilo. Hijskranen bestonden er in die tijd nog niet. Hoe deze graven werden gebouwd, weten we nog steeds niet precies.

Een bijzonder graf
De Egyptenaren geloofden dat ze na hun dood verder zouden leven. De geest zou het lichaam weer opzoeken. Daarom moest het dode lichaam goed bewaard worden. Het werd gemummificeerd. Mummificeren is het balsemen, drogen en in linnen doeken wikkelen van dode lichamen. Balsem is een speciale vloeistof. Die zorgt ervoor dat het lichaam snel uitdroogt. De huid blijft dan gaaf. De mummie werd in een kist gelegd.

Er werden ook allerlei cadeaus in de kist gelegd. Dingen die de dode volgens de Egyptenaren nodig had in het leven na de dood. De kist met de mummie en de geschenken werd meestal in de grond begraven. Als de overledene heel belangrijk was geweest, werd deze op een andere manier begraven. Er werd dan een piramide voor de dode gebouwd. In Egypte waren vroeger farao's. Zo werden de koningen daar genoemd. Voor de farao's werden piramides gebouwd. De grootste is die van de farao Cheops. Er zouden wel twaalf voetbalvelden op de plek van zijn piramide passen. De piramide is meer dan 140 meter hoog: drie flinke flatgebouwen op elkaar. In de piramide werden gangen en kamers gemaakt, want een koning kreeg natuurlijk heel veel geschenken mee. Soms kamers vol! En om al die schatten te beschermen tegen dieven, werden er ook schijngangen gegraven. Die gingen nergens naar toe. Toch zijn de meeste piramides leeggeroofd.

Toetanchamon was geen belangrijke farao. Hij werd al farao toen hij negen jaar was. Tien jaar later stierf hij. Toch heeft bijna iedereen wel eens van hem gehoord. Dat komt doordat in 1922 zijn graf werd gevonden. Het is het enige graf dat niet leeggeroofd was. Alle schatten lagen er nog in. Daardoor weten we nu wat een farao allemaal mee kreeg. En dat was een heleboel. Toetanchamon lag in een kist van goud. Hij had prachtige versierde kleren aan. Behalve de kamer waarin Toetanchamons kist stond, waren er nog drie kamers. Die stonden vol met meubels, gouden beelden, vazen, sieraden, muziekinstrumenten en kleren. Allemaal dingen die hij in zijn leven na de dood weer zou kunnen gebruiken.

Graven in Nederland
In delen van Nederland werden doden zo'n 3000 jaar voor Christus begraven in hunebedden. Dat waren een soort stenen hutten. In de provincie Drenthe zijn nog een aantal hunebedden te zien. De kennis van het grafritueel in Drenthe is redelijk groot: in de provincie liggen 52 hunebedden en zijn honderden grafheuvels en tientallen urnenvelden aangetroffen. Van deze drie spreken de hunebedden het meest tot de verbeelding.

Hunebedden
De hunebedden zijn de oudste graven die we in Drenthe kennen. Ze dateren uit het neolithicum, de periode waarin de mens voor het eerst het boerenbedrijf uitoefende. De hunebedden waren oorspronkelijk door een aarden heuvel bedekt en zijn gemeenschappelijke grafkelders, gebouwd door de boeren van de Trechterbekercultuur.

Deze cultuur is genoemd naar één van de meest karakteristieke aardewerkvormen van deze boeren, een slanke pot met een trechtervormige hals. Het Trechterbekervolk leefde van ongeveer van 3400 tot 2850 voor Christus.

De hunebedden zijn gemaakt van grote zwerfkeien uit Zweden en Noorwegen. Die stenen waren in de voorlaatste ijstijd met het opschuivend ijs in Noord-Nederland terecht gekomen. Hoe de imposante graftombes zijn gemaakt, is lang een raadsel gebleven. Het is nauwelijks te geloven dat de hunebedbouwers de zware stenen op hun plaats hebben gekregen. Vaak geloofde men dat dat het werk van reuzen was geweest. In Drenthe zijn nog 52 hunebedden zichtbaar in het veld. Tientallen hunebedden zijn gesloopt en vernield. De zwerfkeien leenden zich goed voor de bouw van dijken, wegen en kerken. Al sinds 1734 genieten de hunebedden een beschermde status.

Romeinse catacomben te Rome
Wat zijn catacomben
? Catacomben zijn onderaardse begraafplaatsen voor christenen en joden in Rome tussen ca. 100 en 700 na Christus. In tegenstelling tot de Romeinen, die hun doden verbrandden of begroeven,  werden christenen en joden altijd begraven. Voor hen was verbranden heidens. (Christenen geloven in de wederopstanding van het lichaam). Het onderaards begraven had zowel te maken met een van oorsprong Joods gebruik, als met plaatsgebrek. Zeker in een grote stad als Rome vergde het begraven veel plaats.
De beroemdste catacomben zijn te vinden in Rome, maar ook in Nederland kun je Romeinse catacomben bezoeken!

Tot ca. 150 werden christenen en niet-christenen naast elkaar begraven. (zie bijvoorbeeld de necropool onder de St. Pietersbasiliek). Opvallend is dat vanaf de tweede eeuw (vanaf 117) ook steeds meer Romeinen werden “geïnhumeerd”, d.w.z. in hun geheel begraven.

Ook laten in deze tijd rijke Romeinen zich begraven in sarcofagen (vleeseters) wat er onder andere toe leidde dat men ondergrondse grafhuizen ging uitbouwen. Met name bij de ‘paganen – heidenen’ werd ondergronds begraven heel populair.
In de loop van de derde eeuw gingen christenen over tot de aanleg van onderaardse begraafplaatsen, die ook als zodanig bedoeld waren en specifiek voor christenen. Het is ook in deze tijd dat een diaken, Calixtus, werd aangesteld als opzichter van de onderaardse begraafplaats, die nu zijn naam draagt, specifiek om armere leden van de vroegchristelijke gemeenschap te Rome een gepaste begrafenis te bezorgen.Vanaf de 4e eeuw zijn er steeds meer rijke christenen en ontstaan de arcosoliums (booggraven) en de cubicula (grafkamers) die rijkelijk werden versierd en voor ons een rijke bron vormen van vroegchristelijke kunst. Vanaf 750 worden martelaren (Grieks: getuigen) vanuit de catacomben naar boven gehaald en herbegraven in kerken. Vanaf die tijd raken de catacomben meer en meer in de vergetelheid.

Vervolgingen
Vanwege hun weigering om meerdere goden en om de keizer als godheid te erkennen werden christenen vaak vervolgd en gedood. Ze werden vaak benoemd als de oorzaak van rampen en nederlagen van de Romeinen. De eerste ernstige vervolging vond plaats onder Nero (54-68), die de christenen de schuld gaf van een grote brand in Rome, die naar alle waarschijnlijkheid door hemzelf was gesticht. Verdere vervolgingen vonden plaats onder Domitianus (82-96), Hadrianus (117-138), Caracalla (198-217), Decius (249-251) en tenslotte, de gruwelijkste, onder Diocletianus (284-305). Na 313 (Pact van Milaan en keizer Constantijn) werd het christendom gelijkgesteld met andere godsdiensten en in 391 (Theodosius) werd het zelfs verheven tot staatsgodsdienst. De stelling dat de catacomben zouden gediend hebben als schuilplaats tijdens de vervolgingen moet naar het rijk der fabelen worden verwezen.

Catacomben in Rome
Oorsprong van de naam ‘ad catacumbas’ (nabij de holtes) is specifiek van toepassing op de Sebastiano catacombe. Later werden alle ondergrondse begraafplaatsen zo genoemd.
In Rome zijn er circa. 60 catacomben bekend, waarvan er nog 7 te bezichtigen zijn. Het gangenstelsel daar is ongeveer 1200 kilometer, gegraven in tufsteen (lava). De meeste gangenstelsels waren al eeuwen eerder uitgegraven om te dienen als bouwmateriaal (zie ook de mergelgroeven). In de hoogtijdagen waren er ca. 700.000 lichamen begraven in de catacomben. Na 400 raakten de catacomben in onbruik als begraafplaats. Tot de 9e eeuw echter werden ze onder diverse pausen gerestaureerd en vereerd met massale bezoeken van pelgrims. Vooral paus Damasus (366-384) is bekend gebleven om zijn restauraties en vele opschriften die ons belangrijke informatie geven over namen en gebeurtenissen. Begrafenissen bovengronds vervingen het onderaards begraven en de lichamen van martelaren werden opnieuw bovengronds begraven, vaak in een kerk of basiliek die hun naam droeg. Christenen wilden vervolgens zo dicht mogelijk bij de martelaren begraven worden. Deze vorm van begraven noemen we 'ad sanctos' (bij de heiligen). Afgezien van een herwaardering ten tijde van Damasus (4e eeuw), die de catacomben volledig liet restaureren en met marmer bekleden, raakten de catacomben in de daaropvolgende eeuwen in onbruik en zelfs in de complete vergetelheid.

Herontdekking van de catacomben
In reactie op Luther (1517) en zijn aanvallen op de Rooms Katholieke kerk was de – toevallige – ontdekking van een catacombe voor Cesare Baronio (1538-1607) een uitstekende gelegenheid om verder onderzoek te doen naar bewijzen van de verering van martelaren en vroegchristelijke heiligen als onderdeel van de geloofsbeleving. Hij was de eerste die hierover iets op schrift stelde.

De eerste geleerde die de catacomben wetenschappelijk in kaart bracht was Antonio Bosio (1575-1629). In 1634 (postuum) verscheen zijn boek ‘Roma Sotterranea’ ( Ondergronds Rome) dat een standaardwerk bleef voor latere onderzoeken. Van grote hulp hierbij bleken de teksten van de eerder genoemde paus Damasus.

Pas in de 19e eeuw vond er hernieuwd archeologisch onderzoek plaats. Met name bekend is de naam van Giovanni Battista de Rossi (1822-1894). Zijn voornaamste ontdekking was de pausencrypte in de Catacomba di Callisto (1857). Hij vond er een in 125 brokstukken uiteengevallen inscriptie van paus Damasus en kon deze reconstrueren
.

De Romeinse Katakomben van Valkenburg
De katakomben van Valkenburg zijn een zeer nauwgezette reconstructie van de 14 belangrijkste en mooiste catacomben te Rome, zodanig dat er hier meer en in kortere tijd te zien valt dan in Rome. Ze bestaan eigenlijk uit twee gedeelten: de Callistus- en de Domitillagroep.

Voor restauratiewerkzaamheden aan de Catacomben in Rome wordt tegenwoordig door archeologen en catacombenkenners teruggevallen op de Valkenburgse reconstructie!

Een eeuw geleden, tussen 1909 en 1913, zijn onder supervisie van Pierre Cuypers in een mergelgroeve aan de Plenkertstraat de 'Romeinse Katakomben' gerealiseerd. Ze zijn een archeologische reconstructie van vroeg-christelijke ondergrondse begraafplaatsen in Rome.
Het ligt niet in de bedoeling om al de Romeinse groeven en kapellen weer te geven, want door de uitgestrektheid zou men in herhaling vervallen. Men kiest ervoor om de oudste, beroemdste en merkwaardigste te verbeelden op korte afstand van elkaar. De schilders Sneltens en Visschers gaan zich, samen met aannemer Jean Lemmens, terdege oriënteren in Rome en slagen er daarna in om perfecte kopieën van de Romeinse wandschilderingen in Valkenburg aan te brengen. Pierre Cuypers stimuleert en adviseert daar waar hij kan. Bovendien ontwerpt hij een tempelachtig toegangsgebouwtje. Op 12 juli 1910 wordt het eerste gedeelte plechtig geopend. Ook daarna zetten de werkzaamheden zich voort. Nauwgezette bestudering en kopiëring van de muurschilderingen en kapellen gaan eraan vooraf. Op 2 juli 1912 is het karwei geklaard en beschikt Valkenburg over een nieuwe bezienswaardigheid, die volop lof oogst in de landelijke en internationale pers.
Het Katakombenproject is een initiatief geweest van Jan Diepen (1872-1930), telg van een Tilburgse textielfabrikantenfamilie, die zich in Valkenburg had gevestigd.
De katakomben bestaan uit een ingewikkeld stelsel van gangen, een waar labyrint, wat het onmogelijk maakt dit stelsel zonder gids te bezoeken. Het gangenstelsel beslaat vele kilometers. In de wanden zijn gaten uitgehakt waarin de doden werden gelegd, gewikkeld in doeken. Deze graven worden loculi genoemd, nisgraven. De graven werden afgesloten met marmeren of terracotta platen. Rijkere families, martelaren of gildes hadden vaak eigen grafkamers, die rijkelijk werden versierd. We onderscheiden arcosoliums (booggraven) en cubiculi (grafkamers).
De temperatuur in de grotten is 12 graden, de luchtvochtigheid 96%.

De Valkenburgse Katakomben zijn een replica! Hier hebben dus nooit lijken gelegen.

Vervolg

 
Back to content | Back to main menu